|
De afgelopen tijd heb ik regelmatig gehoord over Naim Khoury, een Palestijnse baptistenvoorganger in Bethlehem. Door de Evangelische Omroep en Christenen voor Israël wordt hij beschreven als ´een Palestijn met grote liefde voor Israël´. Hij zou benadrukken dat in Bethlehem niet de Israëlische bezetting het probleem is, maar de vervolging van christenen door moslims. Zo zouden er brandbommen tegen zijn kerkgebouw aangegooid, en is hij persoonlijk bedreigd door moslimfundamentalisten. Hij is een graag geziene spreker bij Christenen voor Israël en de Christelijke Ambassade in Jeruzalem, beiden bekend om hun support van de politiek van Israël, inclusief de huidige bezetting van de Westbank. Hoog tijd om mezelf eens bij hem uit te nodigen en verder kennis met hem te maken.
Ik had gehoopt dat hij zijn opvattingen aan mij zou willen uitleggen, maar het verloopt niet zoals ik gehoopt had. Hij zit het hele gesprek met zijn armen over elkaar en geeft alleen ontwijkende antwoorden, die op mij erg defensief overkomen. Een impressie.
Politiek
Naim Khoury begint met een uiteenzetting dat hij de bijbel letterlijk leest, van Genesis tot Openbaring, en dat hij daarom gelooft dat Joden bijbels gezien de eigenaren zijn van dit land. Mijn vraag hoe zich dat verhoudt tot het gegeven dat er momenteel ook miljoenen Palestijnen wonen, geeft hij aan dat Palestijnen natuurlijk ook recht hebben om hier te wonen. “Maar dat staat niet in de bijbel, dat is politiek, en ik houd me niet bezig met politiek.” Hoe kijkt hij er dan tegenaan dat Christenen voor Israël, die de bouw van Joodse nederzettingen in bezet gebied support, hem citeert en zegt dat hij het daar mee eens is. Is dat dan geen politiek? Jawel, dat is ook politiek, dus daar wil hij geen uitspraken over doen.
Oude Testament
Naim Khoury benadrukt diverse keren dat hij de enige Palestijnse christen is die het Oude Testament leest. Alle andere Palestijnse christenen zouden alleen het Nieuwe Testament lezen, wat vervangingstheologie is, waar hij fel op tegen is. Bovendien bidt hij voor het Joodse volk, in tegenstelling tot andere Palestijnse christenen, die allemaal anti-Israël zijn. Ik vertel hem dat wij bij Sabeel zeer regelmatig uit het Oude Testament lezen, dat in het nieuwste boek van Naim Ateek een aantal hoofdstukken zijn gebaseerd op het Oude Testament, dat Sabeel de staat Israël erkent binnen de grenzen van 1967 en dat ons gebed ook het welzijn van Joodse Israëli´s inhoudt. Hij lijkt zich wat ongemakkelijk te voelen, en op mijn vraag waarom hij zich zo negatief uitlaat over andere Palestijnse christenen, wil hij niet ingaan.
Moslims
Ik vertel hem dat Nederlandse christenen zich regelmatig op hem baseren als zij zeggen dat er in Bethlehem ernstige vervolging plaatsvindt van christenen door moslimfundamentalisten. Ik vraag hem hoe hij de situatie momenteel ziet. Hierop zegt hij direct dat dat momenteel wel meevalt, omdat de Palestijnse Autoriteiten alles veel beter onder controle hebben. Op mijn vraag of de keren dat hij bedreigd is te maken hebben met het feit dat hij christen is, of met zijn opvattingen over Israël, bevestigt hij het laatste. Andere christenen in Bethlehem zouden geen problemen ondervonden van moslims. Bijzonder dat hij dit toegeeft, want in andere artikelen lees ik andere dingen. Of praat hij gewoon met twee monden? Ik kom er niet echt achter.
Geweer
Ik durf het niet zo goed, maar raap toch mijn moed bij elkaar voor een erg gevoelige vraag. In het boek ´Heilige ruzies´ van de journaliste Els van Diggele las ik die ochtend dat zij een aantal jaren terug aanwezig was bij een ontmoeting tussen Naim Khoury en Samir uit Beit Sahour. Samir sprak tijdens dit gesprek Naim Khoury aan op het feit dat hij tijdens de tweede intifada een geweer in zijn bezit had, wat er op wees dat hij samenwerkte met het Israëlische leger. Als ik hem hiernaar vraag, blijft hij mij eerst gespannen aankijken en zegt dan na een stilte “Dat heb ik nooit gezegd”. Nee, zeg ik, dat staat ook niet in dit boek, er staat dat Samir dat gezegd heeft en ik vraag me af of hij gelijk heeft. Naim Khoury zoekt naar woorden en zegt ´Ik heb geen geweer´. Nee, zeg ik weer, mijn vraag is ook niet of u nú een geweer hebt, maar of u er één had tijdens de tweede intifada. Hierop zegt Naim “Dit heb ik echt nóóit gezegd”. Goed, tijd voor een ander onderwerp.
Geld
Op mijn vraag of hij over zijn Israëlliefde spreekt met collega-voorgangers geeft hij als antwoord dat hij geen onderdeel meer is van collegiale bijeenkomsten, omdat ´zij negatief over mij spreken´. Op mijn vraag of dat te maken heeft met het feit dat hij veel geld ontvangt vanuit het buitenland, kijkt hij mij fel aan: “Ik krijg geen geld uit het buitenland. Helemaal niets”. Waarop ik reageer: “Wat vreemd dan dat Christenen voor Israël wel regelmatig advertenties plaatst om geld in te zamelen voor uw kerk. Hier komt dus helemaal niets op binnen? Of komt het gewoon niet bij u terecht?” Hier wil hij niet op reageren, behalve met “iedere kerk hier krijgt toch geld uit het buitenland?!”.
Ik houd een heel dubbel gevoel over aan deze ontmoeting. Onderweg naar huis vraag ik me af welk belang Naim Khoury heeft om zich te verbinden aan organisaties als Christenen voor Israël en zich zo af te zetten tegen andere Palestijnen.
|